Deze vraag stond boven een artikel in Trouw van 6 oktober jl. Twee opponenten van het filosofisch elftal kruisen de degens. Thierry Baudet doet dit voor het laatst, hij gaat aan de verkiezingen meedoen met een eigen partij en met een missie, zoals hij dat noemt. Hij zegt: ‘de politiek is niet transparant; daardoor boeit zij mensen niet, luistert ze niet naar hun wensen en wantrouwen burgers politici.’ Hier heeft hij zeker een punt, alleen zijn oplossingen vind ik te kort door de bocht. Directe democratie, zoals bijvoorbeeld referenda, is een versimpeling, zonder de echte essentie van wat gaande is te raken.

Eigenlijk wil ik het niet over hem hebben, maar ik wil zijn opponent aanhalen. frank-ankersmitFrank Ankersmit, emeritus hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de RUG in Groningen.
Hij stelt dat onze democratie eigenlijk geen directe democratie is. Onze staatsvorm is eerder een voortzetting van de aristocratie; het enige verschil is dat de bestuurlijke klasse bij ons verkozen is. Hij gebruikt het volgende voorbeeld: als je onze staatsvorm gaat vermengen met een scheutje directe democratie, dan kan het aardig misgaan. Alsof je water bij de benzine gooit in je auto.
Verderop in het artikel heeft hij over de bekende weeffout. De weeffout die na de Franse Revolutie al direct werd gesignaleerd. En dit komt erop neer dat de volksvertegenwoordiging in wezen twee onverenigbare taken heeft. Enerzijds moet de volksvertegenwoordiging als een advocaat opkomen voor zijn achterban. Anderzijds moet deze met de wijsheid van de rechter besluiten over nieuwe wetten. In de representatieve democratie, onze democratie, moet de verkozen politicus dus advocaat en rechter tegelijk spelen. Volgens Ankersmit kan dit alleen lukken als er vanuit een ideologie gewerkt wordt. Daar kun je de wetgeving mee motiveren naar de burgers. Daar ontstaat dan verbinding. Maar in het post-ideologische tijdperk komen beide taken van de volksvertegenwoordiging naakt tegenover elkaar te staan. De volksvertegenwoordiger zal moeten kiezen: vertegenwoordig ik mijn achterban of ben ik iemand die aan wetgeving doet en verstandige besluiten neemt?
Wilders kiest bijvoorbeeld duidelijk voor de representantenrol. In regeren is hij niet wezenlijk of minder geïnteresseerd.
Rutte betuigt sorry als hij teveel belofte aan de kiezer niet kan waarmaken en voert daarbij een soort schijn transparantie op.
Samson betoogt dat hij de afgelopen jaren wel verantwoordelijkheid moest nemen in verband met het landsbelang en dat nu de tijd komt om weer te verbinden met de achterban.

Ik vind alle drie de opties niet sterk, ik geloof ook niet in de eenvoud van Thiery Baudet over voor en tegen.
Voor mij betekent democratie, dat de meerderheid rekening wil houden met de minderheid en daarin de dialoog zoekt. Maar hoe doe je dat in een tijd als de onze? In een tijd waar het incident, de wanklank het hele podium krijgt. Waar de aandacht voor de fout regeert en we er dus alles aan doen en zullen blijven doen om onze eigen fouten te verhullen. En dat terwijl het, vanuit democratisch perspectief zo goed zou zijn om meer over de eigen fouten te praten dan over de fouten van de ander, om meer stil te staan bij de goede argumenten van de ander dan alleen maar te beweren dat ‘het gelijk en de waarheid altijd aan mijn kant’ staan.

Als u ideeën heeft over wat de democratie nodig heeft om zichzelf weer volwaardig democratie te mogen en te durven noemen, reageert u dan op dit artikel.
Wij gaan graag met u in dialoog.

John van den Hout,
ondervinder
14 oktober 2016

 

NB: wat hier over de democratie staat, kunnen we natuurlijk ook één op één vertalen naar de zorg en hoe we daarbinnen met elkaar omgaan.

Valt democratie te vernieuwen?
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *