Ik las recent de kamerbrief van Minister De Jonge aan de Tweede Kamer over de arbeidsmarktproblematiek in de zorg. In deze brief vielen mij 2 zaken op:

#1 De term beroepsbevolking
Er wordt gesteld dat het werkloosheidspercentage onder de beroepsbevolking minder dan 5% is en dat dit een van de oorzaken is waarom er moeilijk aan personeel te komen is. Dit geldt niet alleen in de zorg, maar ook in andere sectoren. Het CBS definieert de beroepsbevolking als de inwoners van Nederland in de leeftijd van 15 tot 75 jaar met een baan of die naar een baan hebben gezocht (via het UWV). Onder deze groep is dus ongeveer 5% werkloos; dit zijn zo’n 400.000 mensen. Binnen deze groep zijn onvoldoende mensen geschikt om het arbeidstekort in de zorg op te lossen.

Het nadeel van de gehanteerde definitie beroepsbevolking is dat maar 70% van de 15 tot 75 -jarigen eraan voldoet. En daarmee gaat veel potentieel verloren. Zo’n 4 miljoen mensen in de leeftijd van 15 – 75 jaar behoren niet tot de beroepsbevolking. Onder hen zijn ook veel gepensioneerden van verschillende leeftijden die mogelijk op zoek zijn naar zingeving en dus hun steentje kunnen bijdragen bij het oplossen van het arbeidstekort.
Kortom, naar mijn idee zijn er veel meer mensen geschikt om een zinvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij wanneer we kijken vanuit potentieel in plaats van kijken vanuit slechts de beroepsbevolking.

#2 Hoeveel zorg vraagt de ouderenzorg?
Wat mij verder opviel is dat er in combinatie met ouderenzorg voornamelijk wordt gesproken over een tekort aan zorgpersoneel. Maar wanneer je kijkt naar de verpleeghuiszorg en vooral naar de kleinschalige woonlocaties (waarvan er steeds meer komen), kun je je afvragen in hoeverre hier sprake is (of zou moeten zijn) van zorg. Staat bij kleinschalige woonlocaties niet veel meer het gewone leven van de bewoners centraal? En zouden we daar dus de personeelssamenstelling niet op af moeten stemmen? Nu nemen organisaties 80% zorgpersoneel aan en 20% ‘leefpersoneel’, terwijl de balans in kleinschalige woonlocaties eerder andersom ligt (of zou moeten liggen als je het mij vraagt). Die langzaam verschuivende balans maakt het eerdergenoemde arbeidspotentieel onder gepensioneerden alleen maar groter.

Gelukkig zie ik al organisaties die werken met huiskamervaders – of moeders. De leefcomponent begint daar de overhand te nemen. Dat geeft ook ruimte om anders naar het arbeidsmarktvraagstuk te kijken. Waar blijft bijvoorbeeld de vacature voor de gepensioneerde groenteman, die het leuk vindt om met enkele ouderen een zinvolle dag te creëren? Of waar blijft de vacature voor mensen met een handicap die behoefte hebben aan het leveren van een bijdrage aan het leefproces binnen instellingen? Waarom blijven focussen op het vinden en opleiden van zorgpersoneel, als we beter ‘het leven’ centraal kunnen stellen in de ouderenzorg.

Kortom, laten we dus stoppen met het kijken op de ‘traditionele’ wijze naar het arbeidsmarktvraagstuk in de (ouderen)zorg en laten we fris en onbevangen kijken naar de directe leefwereld en het arbeidspotentieel dat daar aanwezig is!

Peter Hoekstra,
veroorzaker bij De Hictoloog
December 2017

Getagd op:            

2 thoughts on “Anders kijken naar de arbeidsmarktproblematiek in de (ouderen)zorg

  • 16 december 2017 om 20:39
    Permalink

    Dag Peter, deze visie onderschrijf ik van harte! Wij hebben inmiddels ingezet op medewerkers met “wonen-en-leven” als passie.
    En vorige week is een 65+ er gestart die vol energie toekeek en nu weer meedoet! Groet van Christina

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *